Hieronder vindt u informatie over de aandoeningen van hand en pols die het vaakst op de raadpleging komen. Elke pagina beschrijft de klacht, het onderzoek en de behandelingsmogelijkheden, zowel niet-operatief als operatief. Deze informatie is algemeen en vervangt geen persoonlijk advies.
Duimbasisartrose (rhizartrose)
Pijn aan de duimbasis bij knijpen en draaien. Spalk, infiltratie, trapeziëctomie of duimprothese.
Carpaal tunnelsyndroom
Tintelende en slapende vingers, vooral ’s nachts. Spalk, infiltratie of klieven van het polsligament.
Springvinger
Een vinger die hapert of met een schok doorschiet. Infiltratie of release van de A1-ringband.
Ziekte van De Quervain
Pijn aan de duimzijde van de pols bij grijpen en wringen. Spalk, infiltratie of vrijmaken van het eerste strekkersvak.
Polsfractuur (distale radius)
De meest voorkomende breuk. Gips of plaatosteosynthese, met driedimensionale planning bij complexe breuken.
Scafoïdfractuur
Breuk van het scheepsbeen, vaak gemist. Gips of percutane schroeffixatie; reconstructie bij pseudartrose.
Ziekte van Dupuytren
Strengen in de handpalm die de vingers krom trekken. Naaldfasciotomie of fasciëctomie.
Polsartroscopie en polspijn
Aanhoudende polspijn na een verstuiking. TFCC-letsels en bandletsels van de handwortel.
Polscyste (ganglion)
Een goedaardige knobbel aan de pols. Afwachten, punctie of verwijdering, afhankelijk van de hinder.
Handtrauma en microchirurgie
Snijwonden, pees-, zenuw- en vaatletsels. Microchirurgisch herstel en handtherapie.
Sportletsels van hand en pols worden behandeld binnen bovenstaande domeinen. Twijfelt u onder welke categorie uw klacht valt, dan bespreken we dat op de raadpleging.


